Penseel en passie
Penseel en passie
Penseel en passie
Schilderen als proces
Achtergrond
Begeleiding
Ervaringen
Workshops en cursussen
Waar en hoe
Nuttige links

Ervaringen in het atelier

Schilderen vanuit je intuïtie
spreekt de diepste lagen van je wezen aan.
Gedachten, lichaam en emoties
krijgen op mysterieuze wijze
de kans om in harmonie te komen.

Deze pagina bevat reacties van deelnemers aan workshops bij Penseel en passie en schilder-ervaringen van Malik de Kok.

Reacties van deelnemers

“Ik moet denken aan droomwerk dat focust op beeld, gevoel en sensatie, op respect voor het dromende zelf in plaats van het interpreteren van symbolen.” (A.B., april 2004)

"Malik heeft werkelijk geen oordeel over wat ik schilder. Ik had dat vooraf nooit durven geloven. Het geeft me een enorm gevoel van vrijheid.(I.M., november 2003)

“Het was goed in jouw groep te zijn; ik ervaarde heel veel ruimte van jou voor anderen en een mooie, verruimende en intelligente manier van leiding geven aan het proces. Ik kom graag weer.” (N.V., oktober 2002)

[In november 2004 vroeg een jong stel, enkele maanden voor de geboorte van hun eerste kindje, om begeleiding bij het maken van schilderijen waarin ze hun gevoelens van welkom voor hun baby wilden uitdrukken. Hun commentaar na afloop:] “De thee en koekjes, de verwarming die op de achtergrond tikte, de prettige sfeer, de rij bekertjes met alle kleuren, het gezellige gesprek met jou, onze boswandeling en de resultaten aan het einde van de dag waren allemaal elementen die deze dag tot een heel bijzondere voor ons maakten en nu een dierbare herinnering. Kortom, het was en is heel waardevol!” (M.d.Z., november 2004)

Ervaringen in het atelier

De weg van het schilderen volgt voor iedereen een andere route. Hieronder wat fragmenten uit de persoonlijke ervaring van Malik de Kok.

Januari 2005

Zonder veel idee van wat er gaat gebeuren, hang ik een vel papier op en zet ik verf en penselen klaar. Blauw gaat het worden, voel ik. Maar de eerste kleur die mijn penseel kiest, is paars. Een grote ronde paarse vlek linksboven, met een krullerige uitloper. Een spermacel, is mijn eerste associatie. Maar er verschijnen nog meer uitlopers; naar links, rechts en boven. Dan ga ik alsnog naar blauw toe. Een eivormige blauwe vlek komt rechtsonder op het papier. De kleur beroert me, heeft een diepte, een rust. Alsof ik zo in die vlek zou kunnen stappen en wegzwemmen de oneindigheid in.

De kleur intrigeert me. De vlek groeit; ik blijf er ringen omheen zetten. Ze raken al gauw de rand van het papier, maar voorzover er ruimte is, groeit de vlek door. Dan voel ik dat het tijd wordt voor een andere kleur. Meer in de richting van paars. Weer een ring, nog een ring, dan naar lichter blauw toe. Meer ringen verschijnen, ze raken de paarse vorm. Die blijft staan, zonder dat ik daar heel pietepeuterig over hoef te doen. Het voelt vandaag juist lekker om met een grote kwast stevige vormen neer te zetten. Geen gezeur, niemand die zegt dat ik binnen de lijntjes zou moeten blijven. Ruimte!

Al gauw bereiken de ringen aan alle kanten de rand van het papier. Nu intrigeren de randen tussen de ringen me, en daar verschijnen lichtpaarse accentjes. Een beetje kronkelig, bepaald niet vormvast, maar wel lekker om mijn kwast daar te laten spelen.

De eerste paarse vorm trekt weer mijn aandacht. Hij heeft iets levends. Een soort inktivis met vier armen? Hij krijgt twee ogen, en er ontstaan ook wat rare vormen op zijn kop-romp waarvan ik geen idee heb wat ze zijn. Geel wil de tentakels op, en als ik het op mijn kwast neem, krijgt het wezen iets dat tussen haren en vinnen in zit. Lichtgeel, het is een merkwaardig gezicht. Donkergroen moet er ook nog tussen. Het voelt als een diepzeewezen: nog nooit door mensen aanschouwd, met iets heel kwetsbaars in zijn naakte paarse huid en iets heel verwonderds door die grote ogen.

Het is prettig om die gele haren te maken. Ze lijken een waarde op zichzelf te hebben. Ik zet een bosje haren los in de blauwe ruimte, en al gauw staat daar een gele vorm met haar in de rondte. Je zou er een zonnetje in kunnen zien, maar ik weet dat het dat niet is. Eerder een zeester of een poliep. De haren van dit gevalletje hebben iets waaierends gekregen, ze zijn langer geworden dan ik aanvankelijk dacht. Het is wel een stuk vriendelijker verschijning dan die eerste, zorgelozer zou ik zeggen. Het valt me op dat de vorm een beetje hoekig is, en ik voel de neiging opkomen om dat even te corrigeren. Ik realiseer me net op tijd dat er niets mis is met een hoekig poliepje. Die behoefte om het even 'op te knappen' komt van een heel andere plek dan de oorspronkelijke vorm.

In de ruimte achter het paarse wezen verschijnt een kleine roze bol. Nog een, en nog een, en nog meer in een dwarrelende rij omhoog. Bovenin komen blauwe bollen. Wat het zijn? Iets tussen een luchtbel, een cel en een kwal. Ze hebben voor mij iets levends, iets oers. Het zijn oude vrienden, in zekere zin: ze zijn al in heel wat schilderijen opgedoken.

Nu willen ze ook die mooie diepblauwe ruimte rechtsonder in. Ik weet even nog zo net niet of ik dat goed ga vinden; ik was nogal happy met dat deel van het schilderij. Maar er is geen ontkomen aan, en binnen de kortste keren zweven er een stuk of acht donkerblauwe bollen voor de ruimte, sommige nauwelijks te onderscheiden van de achtergrond, als een soort levende prehistorische ufo’s...

Terug naar boven

Esalen, september 2000

De avond van de voorlaatste dag van een schilderweek met Michele Cassou in Esalen, Californië. Michele heeft het atelier al lang verlaten, maar ik kan en wil me niet losrukken van mijn schilderij. De ongeveer tien deelnemers die zijn blijven schilderen, stappen een voor een op. Tegen elven zijn alleen ik en mijn linkerbuurvrouw nog over. Een uur of langer schilderen we zij aan zij, zonder een woord te zeggen, maar met een onmiskenbare intimiteit in de ruimte om ons heen. Dan spoelt ook zij haar penselen uit en gaat naar bed. Ik kan met geen mogelijkheid stoppen.

Op zeker moment schilder ik een klimplant, een liaan, een wingerd? Een plant die onder in mijn schilderij begon en zich nu om allerlei vormen en figuren wikkelt die er al staan. Plotseling ontdek ik dat ik niet, zoals anders, vooraf weet of beslis waar het penseel heen gaat. Ik sta erbij als een toeschouwer en zie hoe mijn hand stam, zijscheuten en bladeren schildert, alsof ik bij een ander over de schouder meekijk. Het penseel heeft de leiding, kiest zijn richting met een onbeschrijflijke nauwkeurigheid. Ik heb er niets over te zeggen.

Tegelijk gebeurt er nog iets anders. Het is alsof er dertig meter onder mijn voeten rommel wordt opgeruimd. Alsof diep in de kelders van mijn wezen grote omgevallen kisten worden schoongemaakt, gesorteerd en netjes recht weer opgestapeld. Het geeft een gevoel van ordening, opgeruimdheid, eliminatie van overbodige ballast.

Ver na middernacht besluit ik te stoppen. Morgen is het weer vroeg dag, vertel ik mezelf, en ik heb een lange reis voor de boeg. Maar op weg naar mijn kamer maak ik een royale omweg; ik bruis van de energie. Het is niet genoeg. Na tien minuten in bed besluit ik dat mijn poging om te slapen hopeloos is. Ik sta weer op en beklim de heuvel naar de warme baden waar Esalen een deel van zijn roem aan dankt. Daar lig ik nog lang naar de wolken te staren en te luisteren naar het ruisen van de zee, voordat ik nogmaals een poging waag om te gaan slapen.

Terug naar boven